Vering & demping

We kunnen weer volop rijden. Jij bent er klaar voor, maar is je motor dat ook? Buiten de noodzakelijke voorjaarsbeurt kun je ook veel zelf aan je motor doen. Ketting smeren, scharnierpunten in het vet, bandenspanning e.d. zijn relatief makkelijke klusjes. Maar het afstellen van je vering/demping vraagt al gauw wat meer kennis.
Bij de meeste motoren, zijn er twee afstel mogelijkheden: Veervoorspanning en demping.
Wij zullen proberen je wat handvatten te geven waarmee je de vering/demping van je motor zo goed mogelijk kunt afstellen.

 

Veervoorspanning
Een groot misverstand over veervoorspanning is dat je het “harder” of “zachter” kunt zetten. Wat je in feite doet is het veranderen van de rijhoogte.
Hoe zit dit?
De vering moet de last (motor + rijder) dragen dus de veervoorspanning is in statische toestand altijd gelijk. Wanneer je rijdt moet de vering de oneffenheden in de weg opvangen,niet alleen de hobbels maar ook de gaten. Je motor moet dus kunnen in en uitveren.
Bij de basisafstelling van de veervoorspanning mag de motor, met rijder en eventueel duo & bagage, ongeveer 50% van de totale veerweg inveren.

 

Voorbereidend werk
Noteer de beginstanden, kom je er niet uit dan kun je altijd weer terug naar de basis. Veervoorspanning (fig 2 A&B) helemaal uitdraaien, werkt makkelijker bij het bepalen van de totale veerweg (fig 1 A).
Kontroleer of je motor buiten de vering om in orde is. Denk aan banden(spanning), wiel & balhoofdlagers e.d.

Afstellen
Om te beginnen moet je de totale veerweg (fig 1 A) bepalen, dat is het verschil tussen totaal ingeveerd en totaal uit geveerd. Met een tyrap (montagebandje) om de binnenpoot van de voorvork kun je straks makkelijker meten. Veer de motor zover in dat deze niet verder kan, de tyrap geeft nu het “diepste” (fig 1 nr3) punt aan. Vervolgens zorg je ervoor dat het voorwiel vrij komt (bv op de middenbok) van de grond,
dit is het “hoogste” (fig 1 nr2) punt. Meet nu de afstand tussen de tyrap en de stofhoes (fig 1D) in de buitenpoot en je hebt de totale veerweg.
Voor de achtervering kun je tyrap niet gebruiken. Kies hiervoor een vastpunt (bijvoorbeeld onderkant buddykap) op je motor en meet op deze manier de totale veerweg achter op. Stel nu doormiddel van de veervoorspanners (fig 2) de veervoorspanning zo af dat je motor niet meer als ±50% van de totale veerweg inveert met berijder (zonder rijder is dit ±35%).
Ga je met duo en bagage rijden dan zul je dus de voorveerspanning weer moeten aanpassen naar die ±50%. Opmerking: De veerkarakteristiek kun je aanpassen door middel van het monteren van andere veren bijvoorbeeld die van Hyperpro.

Veerkarakteristiek:

Te harde achterveer veroorzaakt:
-Makkelijk insturen bij bochten
-Springerige achterkant
-Geeft slechte tractie

Te zachte achterveer veroorzaakt:
-Goede tractie bij accelereren
-Onderstuur bij insturen (Motor wil naar buiten)
-Te grote veerweg wat de wendbaarheid niet ten goed ekomt
-Een wazige voorkant

Te harde voorveren veroorzaakt:
-Goede ligging bij hard remmen
-Onderstuur
-Springerig in de bochten

Te zachte voorveren veroorzaakt:
-Makkelijk insturen
-Overstuur (Motor wil naar binnen)
-Wazige voorkant
-Slechte wegligging bij remmen (Duikt te veel)

Demping
De demping kontroleert de bewegingen van de veer. Zou je geen demping hebben dan verandert je motor in een skippybal en stuitert alle kanten op behalve de goede. Bij de demping kun je ingaande en uitgaande demping afstellen .
Ingaande demping kontroleert het inveren en de uitgaande uiteraard het uitveren.
Knijp de voorrem in, druk de motor met je volle gewicht in de voorvering, laat op het laagste punt los. In het ideale geval veert de motor vlot terug. De demping moet je zo afstellen dat de motor gelijkmatig terug veert en in een keer stil staat. Nadeinen hoort niet!
Net zo min als in een ruwe klap, of juist heel er traag, omhoog komen.

 

Druk de achterkant van de motor stevig in de veren en laat op het diepste punt los. De motor moet regelmatig (gedempt) en in een vloeiende beweging omhoog komen. Te snel terugveren is niet goed. Net als nadeinen of een heel trage veerreactie. Springt de vering omhoog en deint deze na, dan moet je de uitgaande demping verhogen.

 

Duikt de vering als een fietspomp naar beneden, dan zul je de ingaande demping moeten verhogen en andersom. Ga op de motorfiets zitten zoals je hem normaal gesproken berijdt. En veer de motor in. Je zit goed als jouw motor nu voor en achter even diep in de vering zakt en voor en achter gelijkmatig in en uitveert.. Zo niet, dan is de afstelling tussen voor en achter niet in balans wat een must is.
Let wel professionele coureurs kunnen soms uren bezig zijn om een zo perfect mogelijke afstelling te bereiken. Dus geen eenvoudig klusje.

 

Uit 10Klepper #36 Juni 2005

 

Ingezonden door: Sjon Dragtsma

Comments are closed.